Rens Ulijn

Journalist & eindredacteur


Integreren doe je zo

Hoe geïntegreerd ben ik eigenlijk? Toen ik mezelf een tijdje geleden die vraag stelde, moest ik toegeven dat ik als blanke, autochtone, middle class jongen vooral omga met mensen met diezelfde kwalificaties. Niet eens bewust. Hoewel ook ik altijd roep dat allochtonen moeten integreren, bleek ik naast de shoarmaboer op de hoek nauwelijks allochtone vrienden en kennissen te  hebben. Daar moest maar eens verandering in komen.

Door Rens Ulijn

Want integratie moet natuurlijk van twee kanten komen. Gelukkig was daar Vluchtelingenwerk Eindhoven. Al enkele jaren koppelen zij Eindhovenaren aan vluchtelingen met een (tijdelijke) verblijfsstatus om zo de integratie te bevorderen. Eén telefoontje was genoeg om me op te geven voor het project. Er bleek zelfs een groot tekort aan autochtone coaches in Eindhoven. Vooral mannen zijn moeilijk voor het vrijwilligerswerk te vinden. Er is in Eindhoven een wachtlijst van veertig mannelijke vluchtelingen die een buddy zoeken.

Vriendschap is niet het uitgangspunt

Een week later meld ik me op het kantoor van Vluchtelingenwerk aan de Oranjestraat voor een intakegesprek. Want wie buddy wil worden van een vluchteling, wordt eerst uitgebreid gescreend.  “Kijk, we zijn natuurlijk geen relatiebemiddelingsbureau”, legt integratiemedewerker Jet Koppelman (what’s in a name?) uit.  “Coaches zijn altijd van hetzelfde geslacht als de vluchteling en in het intakegesprek kijken we of iemand met de juiste bedoelingen aan het project deelneemt. Als iemand het coachingsproject ziet als een manier om uit zijn eigen sociale isolement te komen, wordt hij geweigerd. Het belang van de vluchteling staat voorop. Vriendschap is niet het uitgangspunt.”

Na een vragenvuur van ongeveer twintig minuten acht Jet me geschikt als buddy. Ze weet nu wat mijn hobby’s zijn, welke talen ik spreek en waarom ik aan het coachingsproject  wil deelnemen. Dat ik er als journalist ook over wil schrijven is geen probleem, mits de vluchteling in kwestie daar geen moeite mee heeft.

Freddy

Als ik mijn eerste ontmoeting heb met Freddy, is het inmiddels twee maanden na het intakegesprek. Freddy is 26 en  afkomstig uit het Afrikaanse Burundi. Hij is gevlucht voor de burgeroorlog in zijn land en is nu twee jaar in Nederland. Hij heeft een tijdelijke verblijfsvergunning. In het kleine kamertje van Vluchtelingenwerk zit een pikzwarte Afrikaan, gezegend met een spierwitte colgate-smile van oor tot oor. Als Jet Freddy aan me voorstelt, is er  meteen een klik. Freddy lijkt me een sympathieke gast. “Daar valt vast prima mee te integreren”, hoor ik mezelf denken.  Zoals het een echte coach betaamt, moet ik eerst een contract tekenen waarin ik plechtig beloof minimaal één keer in de twee weken met Freddy te zullen afspreken. Ook Freddy moet zijn handtekening onder het papiertje zetten. Vluchtelingenwerk geeft ons zelfs twaalf euro zakgeld per maand om leuke dingen met elkaar te gaan doen. Onze eerste echte date plannen we een week later bij Freddy thuis.

Cultuurverschil

Wat hij bijzonder vindt aan Nederland? “Dat jullie jullie vrouwen niet slaan,” lacht  Freddy. Hoewel ik met hem meelach, besef ik dat er voor Freddy in Nederland nog heel wat te integreren valt. Toch zie ik dat hij het niet verkeerd bedoelt. Het is de eerste keer dat ik alleen ben met Freddy en we hebben gelijk al een gevoelig thema te pakken. Een uurtje eerder heeft hij me joviaal onthaald in zijn piepkleine kamertje boven een shoarmatent in Woensel. “Welkom Rens, welkom”, zegt hij tot drie keer toe. De toon is enigszins verontschuldigend. Ik had eerder die avond al eens tevergeefs bij hem voor de deur gestaan. We hadden om zeven uur afgesproken, maar Freddy was niet thuis. Hij zat nog in de trein vanuit Rotterdam. De informatiefolder van Vluchtelingenwerk over het coachingsproject had me er al voor gewaarschuwd: ‘in andere landen is tijd een minder dwingend begrip dan in Nederland. Men is niet gewend met agenda’s te werken en gaat anders om met afspraken maken.’

Het kamertje van Freddy is kaal. Het tweepersoonsbed vult zowat de hele ruimte. Het enige wat verder in de kamer staat is een immense breedbeeldtelevisie met een dvd-speler. Op de grond staat een koffer vol met kleding. De communicatie met Freddy verloopt moeizaam. Hoewel hij zich redelijk verstaanbaar kan maken in het Nederlands, haakt hij af zodra een conversatie afwijkt van de meest basale onderwerpen. Maar met behulp van Frans en Engels komen we een heel eind. Na anderhalf uur conversatie zijn we allebei vermoeid. We maken een nieuwe afspraak. Over twee weken komt Freddy bij me eten. Bij vertrek bedankt Freddy me voor mijn komst. “Dit was de eerste keer dat ik langer dan een kwartier met een Nederlander heb gepraat”, vertelt hij me. Ik ben stomverbaasd. Twee jaar in Nederland en nog nooit langer dan een kwartier met een Nederlander gepraat. Ik voel nu al dat ik als buddy goed werk verricht.

Afrikacup

Tijdens de tweede en derde afspraak met Freddy verloopt ons contact steeds soepeler. Voetbal is Freddy’s passie. We kijken samen naar de finale van de Afrikacup. Freddy is hevig teleurgesteld als Egypte na strafschoppen wint van Ivoorkust. Zelf had hij lange tijd de droom om profvoetballer te worden. We spreken af om binnenkort samen naar een wedstrijd van PSV te gaan. In de stad drinken we een biertje en spelen we tafelvoetbal. Even lijkt het cultuurverschil geen rol meer te spelen en zijn we gewoon leeftijdsgenoten die samen lol hebben. Als hij bij mij thuis aan de boerenkool zit, heb ik voor het eerst het gevoel dat hij écht op zijn gemak is. “Egt lekkeh, Rens”, blijft hij herhalen met zijn grappige Franse accentje.

Freddy is moslim. Maar niet van het fanatieke soort. Van alle ophef rond de Deense cartoons begrijpt hij niet zoveel. En als ik hem een flesje Bavaria aanbiedt, slaat hij dat niet af. Met zijn fonkelende oorbellen en knalrode baseballcap ziet Freddy er vrij westers uit. Toch houdt hij er behoorlijk conservatieve ideeën op na. Dat ik elke dag mijn eigen eten klaarmaak, vindt hij bijzonder. “In Afrika koken de vrouwen”, vertelt hij. “En je moet ze slaan, anders gehoorzamen ze niet.” Het is Freddy’s droom om een  Nederlandse vriendin te hebben. Ik leg hem uit dat hij zijn vrouwbeeld dan toch iets zal moeten bijstellen. Ja, dat snapt hij ook wel. “Zo werkt het in Afrika, hier is het anders. Hier kunnen mensen elkaar vertrouwen. In Afrika niet.” Waarom ik op mijn 28ste nog niet getrouwd ben is voor Freddy ook een raadsel. Zelf heeft hij een vrouw en een zoontje van 6 jaar in Burundi. Hij verbaast zich over het feit dat Nederlanders zichzelf opsluiten in hun huizen en zo weinig contact met elkaar hebben. “In Afrika gaan we veel intensiever met elkaar om. Het is daar elke dag feest.”