Rens Ulijn

Journalist & eindredacteur


Nederlands Dagblad, December 29, 2007 Saturday, Zaterdag Editie

‘Ik was van de puinhoop gaan houden’

door Rens Ulijn

SECTION: Blz. 13

LENGTH: 2006 woorden

Een flinke brand haalt meestal de krantenkolommen wel, maar wat gebeurt er eigenlijk nadat het sein ‘brand meester’ is gegeven? Twee families die op een dag al hun bezittingen verloren vertellen over het leven na de catastrofe. ,,Iedereen gaat over tot de orde van de dag. Jij de komende anderhalf jaar niet.”

 OBDAM – ‘Brand! Er is brand!’ Die noodkreet van buurman Jan-Dirk maakt een abrupt einde aan de kalme najaarsavond van echtpaar Aart (61) en Liesbeth (59) de Wit. Het is dinsdag 16 oktober 2007. Terwijl het buiten regent, is het in de boerderij aan de Lutkedijk knus. Liesbeth drinkt een kop thee en heeft een vriendin aan de telefoon. Aart maakt op zijn laptop uitnodigingen voor het feest dat ze gaan geven voor de zestigste verjaardag van zijn vrouw. Eind jaren tachtig verruilden Aart en Liesbeth een rijtjeswoning in de bebouwde kom van Obdam voor het stuk monumentaal Noord-Hollands erfgoed in het buitengebied. Vrienden betrokken de westkant, zij verbouwden de oostkant en trokken er met hun drie kinderen in. Negentien jaar later zijn de kinderen het huis uit en is de woning na veel verbouwen omgesmeed tot een paleisje waarin Aart en Liesbeth samen oud willen worden. Aan de westkant woont sinds tien jaar het jonge echtpaar Jan-Dirk (42) en Jacqueline (39) Van ‘t Riet met hun twee kinderen. Na de noodkreet van de buurman schiet Aart in een reflex zijn jas aan.

Hij loopt met de huistelefoon in zijn hand naar buiten. Als hij de vlammen uit het dak ziet slaan, belt hij onmiddellijk 112. Paniek maakt zich van Aart meester. ‘Waar halen we bluswater vandaan?’, is zijn eerste gedachte. Dan: ‘Dit gaat fout, de brand zit in de rieten kap. Ze kunnen er niet bij. Ik moet spullen redden.’ Liesbeth, die nog binnen zit, is nog niet van de ernst doordrongen. Voor de kast staat ze enkele momenten te twijfelen over welke schoenen ze zal aantrekken. Dat ze over een paar uur überhaupt geen materieel bezit meer zal hebben, dringt nog niet tot haar door. Bij de familie Van ‘t Riet aan de westkant van de boerderij is inmiddels wel duidelijk dat zich een ramp aan het voltrekken is. ‘Dit is het dus’, denkt Jacqueline van ‘t Riet (39) als ze het snerpende geluid van brandend riet hoort bij het openen van het zolderluik. Een hard, knetterend geluid dat haar direct met grote angst vervult. Lang tijd om na te denken heeft Jacqueline niet. Menno (9) en Charlotte (8) worden uit bed gehaald en in hun pyjama bij de buren verderop gedropt. Jacqueline grijpt een brandblusser uit de garage en gaat nog terug naar de vuurzee. ‘Het heeft geen zin’, bedenkt ze zich. ‘Het is verloren.’ Aart is aan de andere kant naar boven gelopen om spullen te redden. Als een gek rent hij door zijn huis. Uit de studeerkamer grijpt hij een paar ordners met daarin de belangrijkste zakelijke papieren. Daarna weet hij niet meer wat hij moet pakken. Terwijl het huis zich vult met een dikke rook, valt het licht uit. Dan valt opeens het blauwe schijnsel van een zwaailicht door de ramen naar binnen. Het is de politie. ,,Daar hebben we nu niks aan”, schreeuwt Aart. Hij rent naar buiten om zijn auto en die van zijn vrouw de oprit af te rijden. Als hij terug naar binnen wil, wordt hij tegengehouden door de politie. Agenten zetten ondertussen de weg af met rood-wit lint. Toegesnelde journalisten filmen de metershoge vuurzee, terwijl de brandweer op zich laat wachten. Tergend langzaam tikken de minuten weg en grijpt de brand meedogenloos om zich heen. De families De Wit en Van ‘t Riet kijken toe. Huilend, inwendig schreeuwend, machteloos.

Ruim zes weken na de brand ligt op de plek waar de boerderij stond een gapend gat. Alleen de twee grote garages die aan de vuurzee ontsnapten, herinneren nog aan hoe het vroeger was. Aan weerszijden van het erf staat een bouwkeet. De komende anderhalf jaar zullen de families in deze provisorische woningen bivakkeren. De noodwoning van vijftig vierkante meter die de familie Van ‘t Riet bewoont, werd compleet met interieur geleverd. Tot aan een koektrommel en wasknijpers toe. Aart en Liesbeth scharrelden via Marktplaats en vrienden een voorlopig interieur bij elkaar. Aart: ,,We gaan op de plek van de ramp het proces aan. We hebben vrijwel direct besloten dat er op dezelfde plek twee nieuwe huizen moeten komen en dat wij in de tussentijd op het erf blijven.” Jacqueline: ,,We hadden ook een woning kunnen huren in het dorp, maar dat wilden we per se niet. We wilden zo snel mogelijk weer een normaal leven voor de kinderen, gewoon vanuit school weer terug naar de vertrouwde plek, spelen met vriendjes.” Praten over die zwarte 16e oktober gaat nog steeds gepaard met veel emoties. Aart: ,,Twee dagen na de brand zag ik bij de supermarkt een jongen de daklozenkrant verkopen. ‘Ik kan er wel naast gaan staan’, dacht ik. Ik voelde precies aan hoe het is om geen eigen plek meer te hebben om naar toe te kunnen.” Liesbeth herinnert zich het moment dat ze kleding moest kopen de dag na de brand. ,,Sommige mensen denken dat het leuk is om een hele nieuwe garderobe te kunnen uitzoeken, maar ik mis mijn oude kleren enorm.” Jacqueline nam haar kinderen de dag na de brand mee naar de speelgoedwinkel. ,,Dat heb ik al”, zei dochter Charlotte toen Jacqueline een cadeau voorstelde. ,,Nee meisje, dat heb je niet meer.” In het hoofd van de kinderen was hun speelgoed nog niet weg. In de puinhopen waar de families nog vijf weken tegen aankeken, was de oorspronkelijke boerderij nauwelijks te herkennen. Omdat de brandweer zich tijdens het blussen een weg moest banen naar de gastoevoer, werd een hijskraan ingezet die de dragende scheidingsmuur neerhaalde.

Wat overbleef, was een grote stinkende hoop halfverkoolde bouwmaterialen en doorweekte meubels. Aart: ,,Toen ik daar op m’n knieën in de regen in die grauwe, grijze puinhoop naar m’n eigen spulletjes zat te zoeken, ben ik in tranen uitgebarsten.” Liesbeth: ,,Alle spulletjes die je in veertig jaar huwelijk verzamelt. Boeken, schilderijen, herinneringen aan je ouderlijk huis. Alles, maar dan ook alles wat je met je voorgeschiedenis verbindt, is weg.” Persoonlijke spullen die wel gered zijn, worden van onschatbare waarde. Jacqueline zag bij de sloop van de boerderij een glazen kastje helemaal intact tevoorschijn komen. ,,Het is ongelofelijk dat dat ding niet in duizenden gruzelementen lag. Het medaillon van mijn oma, het elfstedenkruisje van mijn man en de melktandjes van de kinderen lagen er nog ongeschonden in. Als je zoiets dan terugvindt, ben je zo ontzettend blij.” Een week na de brand haalde een van de vrienden van Aart en Liesbeth ook de trouwring van Liesbeth uit de puinhoop tevoorschijn. ,,Hoewel onze beide trouwringen op dezelfde plek in de keuken hadden gelegen, is er maar één teruggevonden.” Na vijf weken werden de puinresten definitief afgevoerd. Een pijnlijk moment. Jacqueline: ,,Het klinkt raar, maar ik was van die puinhoop gaan houden. Het was ónze hoop, met ónze spulletjes.” ,,Je kan niet eeuwig in die berg blijven wroeten”, relativeert Aart. ,,Op een gegeven moment moet je een streep trekken. Het afvoeren van het puin voelde als een begrafenis. Daarmee sloten we de rouwperiode af. Nu kijken we vooral vooruit.” ,,Het is goed dat ik met pensioen ben”, lacht Aart. Aan het afhandelen van de brand heeft hij een dagtaak. ,,Er komt zoveel op je af. Je moet tijdelijk onderdak organiseren, het hele verzekeringstraject in gang zetten, nadenken over de verdere toekomst.” Buurman Jan-Dirk, die een eigen bedrijf heeft, was drie dagen na de brand alweer aan het werk. ,,Het leven gaat gewoon door”, weet zijn vrouw. ,,De kinderen moeten naar school worden gebracht en de mensen om je heen gaan over tot de orde van de dag.” ,,Mijn man had moeite zich te concentreren. Toch ging hij naar kantoor. Op de zaak had hij tenminste een bureau, telefoon en een computer tot zijn beschikking om zaken te kunnen regelen.” Dat bedrijven niet altijd even tactisch met een brand omspringen, blijkt uit een brief die Aart en Liesbeth een week na de brand van energiebedrijf Nuon ontvingen. ,,Op 16 oktober is er schade ontstaan aan onze eigendommen. Wij stellen u hiervoor aansprakelijk.” Aart: ,,De kilheid van zo’n brief is stuitend. Ik begrijp dat ze me aansprakelijk stellen, maar je kan ook beginnen met het uiten van je medeleven.” Ook van de hypotheekverstrekker kwam snel een brief. ,,Die brief was wel netjes”, vindt Liesbeth. ,,Het onderpand voor de hypotheek is verdwenen, schreven ze, maar de hypotheek blijft ongewijzigd. Ze gaan ervan uit dat we een gelijkwaardig pand terugbouwen.”

Inmiddels heeft Aart er vertrouwen in dat hij er met de verzekering goed uit zal komen. ,,In de nacht na de brand heb ik geen oog dicht gedaan. Ik wist niet eens waar ik verzekerd was, laat staan voor welk bedrag. Pas toen duidelijk werd dat we het goed hadden geregeld, werd ik rustiger.” De administratie rond het afhandelen van de brand doet Aart secuur. In speciale spreadsheets maakt hij eindeloze lijsten van verloren gegane goederen. De bestanden op zijn laptop zijn ingedeeld in twee mappen: ‘voor de brand’ en ‘na de brand’. Glimlachend: ,,Dat is symbolisch voor hoe we nu naar ons leven kijken.” Toch willen Aart en Liesbeth hun leed niet dramatiseren. Liesbeth: ,,Van de week was één van onze kleinkinderen hier. Hij had het al lang niet meer over de brand, maar wilde met opa kikkers vangen in de vijver. Dan besef je wat echt belangrijk is.” Ook de kinderen van Jacqueline en Jan-Dirk kijken vooral vooruit. Jacqueline: ,,Dat is het mooie van kinderen. Die leven in het heden en kijken naar morgen. Van de week stopte ik Menno in en toen zei hij: ‘Mama, je mag niet meer zeggen dat we dakloos zijn, we hebben toch een nieuw huis? Je moet zeggen dat het goed met ons gaat’. Op dat moment wist ik dat we er weer bovenop komen.”

Stichting Salvage

Sinds 1987 worden slachtoffers van brand in Nederland opgevangen door medewerkers van de Stichting Salvage, een initiatief van de samenwerkende brandverzekeraars. Zodra de brandweer uitrukt, bepaalt de officier van dienst of hij een salvagecoördinator wil inzetten. Dat gebeurt via de landelijke alarmcentrale van de Verzekeraars Hulpdienst in Deventer. Een salvagemedewerker moet binnen een uur op de plek van de brand aanwezig kunnen zijn. Als hij bij de brand arriveert, helpt hij de gedupeerden bij het organiseren van de eerste noodvoorzieningen. Er worden direct gespecialiseerde bedrijven ingeschakeld om apparatuur of meubels naar speciale droogruimtes te brengen, waarna ze worden gereconditioneerd. Gesneuvelde ruiten worden dichtgetimmerd. Het uitgebrande pand wordt afgesloten voor ongewenste indringers. In 2006 kreeg de Nederlandse brandweer 159.000 keer een melding van brand binnen. In 43 procent van de gevallen was dat loos alarm. Van de ongeveer 49.800 geregistreerde branden, ging het 33.800 keer om een brand in de buitenlucht. Zestienduizend keer ontstond er brand in een gebouw, waarvan de helft in woongebouwen. De totale schade van die binnenbranden bedroeg vorig jaar 627 miljoen euro, waarvan 97 miljoen euro aan woningen. Vier procent van die binnenbranden was groot en allesverwoestend. Met een schadebedrag van in totaal 488 miljoen euro zijn deze branden goed voor zeventig procent van alle financiële brandschade. Van de binnenbranden wordt vierentwintig procent veroorzaakt door defecte apparatuur of het verkeerde gebruik ervan, twaalf procent is aangestoken. Van bijna een derde van de branden blijft de oorzaak onbekend. In 2006 vielen bij brand tachtig doden en 1073 gewonden. Mensen die door brand worden getroffen zijn in de maanden na de brand vaak extreem angstig, herbeleven de brand keer op keer en zijn prikkelbaar. Meestal ebben die klachten na drie maanden weg. Tien tot vijftien procent van de getroffenen moet behandeld worden voor een posttraumatisch stressyndroom.

Foto boven: Uitslaande brand op de Lutkedijk in Obdam. |foto GPD/Theo Annes Foto midden: De puinhoop na de brand op de boerderij. |foto GPD/eigen foto Foto onder: De families De Wit en Van ‘t Riet op het terrein waar hun huis stond. | foto GPD/Phil Nijhuis

LANGUAGE: DUTCH; NEDERLANDS`

PUBLICATION-TYPE: Krant

LOAD-DATE: December 29, 2007

Copyright 2007 Nederlands Dagblad B.V.

All Rights Reserved